De spelers proberen de bal bovenhands, onderarms of door middel van een aanvallende actie (smash uit stand, pushbal of smash in sprong) over het net bij de tegenstander in het veld op de grond te spelen.
Aanvang
Na het fluitsignaal van de scheidsrechter/spelleidermoeten de spelers de bal onderhands of bovenhands van achter de (gehele) achterlijn over het net serveren, waarbij het net geraakt mag worden. De speler die op de “mid-achter positie” staat moet serveren.
Spelregels
1.
Er mag geen enkele bal gevangen worden, de spelers spelen door met kort balcontact.
2.
Het team mag de bal maximaal drie keer spelen, daarna moet de bal over het net naar de tegenstander.
3.
De wisselspelers moeten verplicht indraaien op de opslagplaats.
4.
Wanneer degene die opslaat dit drie keer achter elkaar gedaan heeft, moet het team doordraaien en slaat de volgende speler op.
5.
Een sprongservice is toegestaan.
Telling
Rallypunt: elke fout levert een punt op voor de tegenstander.
Er kunnen geen bonuspunten meer worden verdiend door 3 keer samen te spelen!